Wanneer de griep me velt, zakt de futloosheid diep in mijn spieren. Mijn aandacht trekt zich terug en ik mis de energie en betrokkenheid om echt bij de ander aanwezig te zijn. Geen energie om wasmanden te sjouwen, thuis te koken of met de kids te spelen.

Wat heb ik nu thuis te geven? En is dat goed genoeg? Ben ik dan nog goed genoeg?

Even slaat de balans van geven en nemen om. Bij een griep gelukkig maar enkele dagen. En ondanks dat ik weet dat het tijdelijk is, voelt het onzeker om met lege handen te staan, om enkel aanwezig te zijn zonder te kunnen bijdragen.

Het ‘bijdragen’ was systemisch mijn manier als kind om vanuit liefde en loyaliteit me naar mijn ouders toe te verhouden. Door te zien wat zij nodig hadden, door beschikbaar te zijn en proberen te steunen- hield ik mee recht. Dat hebben mijn ouders nooit zo aan mij gevraagd, maar dat heb ik als kind onbewust aangevoeld en ben ik me naar gaan gedragen. Als kind voeg je als vanzelf in het open gat in het gezin. Zo kan je in verschillende rollen komen, bijvoorbeeld in de rol van verzorger, degene die steunt of verantwoordelijkheid draagt. Maar ook in de rol van verzet, van degene die buiten het gezin zijn eigen geluk haalt. Of de rol van de clown uithangen om de sfeer te verlichten-  om zo de zwaarte mee te dragen.

Wanneer ik niks te geven heb is het mijn neiging om me terug te trekken, omdat het spannend is om de ander te ontmoeten wanneer ik alleen maar kan ontvangen. Me bewust van dit proces, ga ik het in het klein aan; door me toch kwetsbaar te laten zien, te vragen om hulp en deze toe te laten, mijn rust te nemen, de boel de boel te laten en te kiezen voor mezelf.

Deze dagen realiseer ik me hoe tegenslagen met ziekte je in je leven volledig uit je balans kunnen slaan. Longcovid. Kanker. Een burn-out. Los van het intensieve lichamelijke herstel, daagt het je uit om stil te staan bij jouw blauwdruk van geven en nemen. Van altijd klaarstaan voor anderen, naar hulp vragen en ontvangen. Van hoe je dit vanuit je gezin van herkomst en in je verdere relaties en leven gewend was. En wat de situatie daarin nu van je vraagt om dit te accepteren. Liefdevol en mild naar jezelf te zijn. Steeds opnieuw de moed te vinden om uit te spreken over wat jij nodig hebt, nu je hier niet meer zelf voor kunt zorgen. 

Het kan lastig en kwetsbaar zijn om deze worsteling alleen uit te zoeken. Soms kan je het gevoel hebben dat je de belangrijkste mensen in je leven te kort doet. Dat kan ingewikkeld zijn om met je eigen partner, ouders of kinderen te bespreken. Wees mild voor jezelf. En sta jezelf toe om ondersteuning te zoeken bij een coach of hulpverlener om dit samen te verhelderen. Zodat je weer kan doorvoelen dat je nog altijd goed genoeg bent, ook als je even niks te geven hebt.


Commentaar

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *